RON MANSVELD - Management (6/2/1960)

Door Door Hugo van den Berkmortel – Juni 2001

Nadat de bandleden de eerste jaren alles zelf regelden, kwam Spasmodique in 1985 onder de hoede van RERO-management in Maassluis. Manager Ron Mansveld stimuleerde de band tot een professionelere aanpak; er kwamen meer en grotere optredens en er kwamen albums uit. De Spasmodique-site zocht de oud-manager in juni 2001 op en blikt met hem terug.

Ron - voluit Ronaldo – Mansveld heeft twee grote passies in zijn leven. Muziek en etnografica. Meer bepaald: sculpturen uit Azië en Afrika. Tot twee keer toe is hij erin geslaagd van deze passies ook z'n professie te maken. Eerst was dat in de muziek met het managementbureau RERO, samen met René de Heij. Inmiddels is dat als galerie-houder in Aziatische en Afrikaanse sculpturen. Een échte handelaar voelt Mansveld zich eigenlijk niet, bekent hij, want hij kan maar moeilijk afstand doen van aangekochte stukken. Tussen de sculpturen in zijn huis annex galerie getuigt de goed gevulde en ruim gesorteerde kast met cd's van zijn ander passie: muziek.



Mansveld, die zelf percussie heeft gespeeld, kon zijn enthousiasme voor muziek kwijt in zijn baan als cultureel werker van gemeente Maassluis. “Destijds heb ik het POM (Pop Overleg Maassluis) opgericht om meer oefenruimtes voor bands te regelen. Later ook samen met onder andere de Zuid-Hollandse Popunie. Van het een kwam het ander; zalen die een band zochten, belden mij of ik er een wist. Andersom werd ik door bands benaderd omdat ze wisten dat ik contacten met diverse zalen had. Daarnaast heb ik de muzikantenvacaturebank opgezet. En later RERO-management.'' Mansveld, die een zwak heeft voor rauwe, donkere stemmen (Captain Beefheart, Howlin' Wolf) kende de drummer van Spasmodique (Reinier) die toen het geluid verzorgde voor een van zijn bands (Dojoji). Hij gaf Ron een demotape van Spasmodique met het verzoek er eens naar te luisteren en of hij wat concerten kon regelen. “De samenwerking ontstond toen Bad Bob, een band die ik boekte, op het laatste moment een serie van drie concerten in twee dagen moest afzeggen. Ik heb toen, alhoewel de muziek totaal anders was, bij de organisatoren Spasmodique als vervanger voorgesteld. Daar zag ik toen een band staan die stond als een huis. Het was een geheel!" Vanaf die concerten was Ron Mansveld de boeker en manager van de band. Maar zijn relatie met Spasmodique was toch anders dan die met andere bands die hij begeleidde. Mansveld was niet alleen de manager en boeker, hij verzorgde vanaf het begin ook het licht en ging dus altijd mee naar optredens. Mansveld was meer als een vijfde bandlid.
Mansveld pakte de zaken voortvarend aan en regelde al gauw meer en grotere optredens. Maar zijn inbreng beperkte zich niet tot het organisatorische vlak. “We hebben in het begin geïnvesteerd in een professionelere backline, een betere versterker, drumstel enzovoort. Ook de presentatie van de band kon professioneler. Die paar seconden tussen de nummers…Voor mij leken die seconden wel minuten. Daar hebben we met elkaar aan gewerkt zodat we een setlist hadden die klonk als een klok".
Onder het management van Ron werd bij het label Soundworks in 1986 de mini-LP ‘Spasmodique’ uitgebracht. “Een opname waarover de jongens overigens niet tevreden waren'', herinnert Mansveld zich. “Het eigen Spasmodique-geluid hoorden ze niet terug in de opname. Ik was dat niet helemaal met ze eens, ik heb het altijd een goede plaat gevonden. Op het tweede album ‘From The Cellar Of Roses’, was het eigene van Spasmodique beter terug te horen. Maar het snijwerk van dat album daarentegen was slecht. Daarna ben ik op zoek gegaan naar een label dat ook contacten had in het buitenland, zodat de distributie daar ook zou worden verzorgd. Van het label Schemer wist ik dat ze hun producten ook uitbrachten in Duitsland en Amerika. Bij hen hebben we toen getekend".
Spasmodique werd constant achtervolgd door de kritiek dat de band er niet in slaagde de intensiteit van live-optredens op plaat te zetten.
“Live was het een band die stónd. Spasmodique maakt 'muziek met ballen waar vrouwen van houwen' was mijn slogan. Ik ben natuurlijk verre van objectief, maar ik durf rustig te zeggen dat Spasmodique destijds de lieveling van vele programmeurs was. Een telefoontje volstond om een concert te boeken tijdens een tour. Spasmodique kon als geen ander de spanning opbouwen. De kracht van de live optredens zat hem ook in de improvisatie. Ze hadden meerdere sterke kanten. Zo moesten ze een keer optreden in POC Weesp waar de week daarvoor een schietpartij was geweest. Er stonden hooguit zes man in de zaal. Er zijn zat bands die zich er dan gemakkelijk vanaf zouden hebben gemaakt óf helemaal niet zouden optreden. Zie het als betaald oefenen, zei ik nog. Ze hebben toen een werelds concert gegeven dat die zes mensen zich nog allemaal zullen herinneren.
”Waarom het niet lukte die intensiteit op plaat te zetten? In de studio deed de band helaas zijn naam eer aan. Er werd vaak te krampachtig gespeeld. Misschien onbewust door de tijdsdruk omdat het album in korte tijd moest worden opgenomen.
“Maar ik herinner mij dat aan het einde van de opnames van ‘North’, de jongens ongedwongen en heel relaxed nog wat met elkaar stonden te pielen terwijl de laatste meters band nog liepen. Spontaan werd de sixties klassieker ‘Primitive’ ingezet. Toen we dat later terughoorden, bleek dat zo goed te zijn, dat we het op de b-kant van ‘The Square’ hebben gezet. Het nummer stopt dan ook abrupt. De opnameband was op.''

Het einde van de band werd volgens Ron ingeluid met het vertrek van gitarist Arjo. “Nadat Arjo was vertrokken, was Spasmodique Spasmodique niet meer. We hadden toen nog wel regelmatig optredens maar er zat geen progressie meer in. Op een gegeven moment heb je in alle zalen in Nederland al meerdere keren gestaan. We hadden die rondjes door Nederland kunnen blijven doen, maar je wilt verder. Die doorbraak naar een groter publiek bleef echter maar uit. Iedereen voelde dat zo, vermoed ik. Alleen Hans Boudri die voor RERO werkte, was faliekant tegen. Spasmodique kan niet stoppen, vond hij. We hebben toen met elkaar afgesproken door te gaan zolang hij nog optredens kon regelen voor onze Who's Afraid tour.” Mansveld bracht vervolgens op zijn eigen label Friction ‘Who's Afraid’ uit, als ondersteuning van de afscheidstournee.
“In het buitenland is nooit goed doorgedrongen dat de band gestopt was. Jaren later, totdat ik mijn postbus heb opgeheven kreeg ik nog regelmatig fanmail uit het buitenland. Vooral in Oostenrijk heeft Spasmodique enorm veel fans. In Wenen had Spasmodique meer aanzien dan in Rotterdam, sinds het concert dat ze daar op 22 maart 1989 gaven. Zij speelden daar min of meer als tussenstop op weg naar het Hungaro Carrot-festival in Budapest, dat overigens veel minder goed verliep dan de concerten in Oostenrijk. In Wenen heeft Spasmodique toen naam gemaakt. We zijn daar vaak teruggevraagd. Toen U4, een grote ondergrondse zaal naast de gelijknamige metrolijn, het jaar daarop na een verbouwing werd heropend, werd Spasmodique gevraagd voor de openingsavond.''
De manager en de bandleden hebben na het uiteenvallen van Spasmodique "sluimerend" contact gehouden. “We gaan niet alle verjaardagen af, maar als we elkaar zien is het juiste gevoel er direct weer. Na Spasmodique hebben ze met z'n vieren nog geholpen mijn wijnkelder te graven, om maar wat te noemen.''
De oud-manager wil voor een nieuw album graag zijn oude vak weer even oppakken om een kleine tournee op te zetten. “Want een album zonder tournee dat kan niet. Hoewel het niet zo zal worden als vroeger, want we zijn allemaal ouder geworden. Bovendien was Spasmodique toen voor ieder van ons zijn leven. Nu heeft iedereen er zoveel andere dingen bij.'' De zucht naar erkenning van een groter publiek zal ook minder zijn dan voorheen, erkent Mansveld. “Het is op zich al prachtig om als vrienden bij elkaar te komen en samen een mooi album te maken? Of het een succes wordt of niet, we zullen ze weer eens 'een poepie' laten ruiken en de broekspijpen laten wapperen.”

Hugo van den Berkmortel is journalist.