december 2002 - Interview Mark Ritsema

MARK RITSEMA: "De doorstart komt echt. Maar we zijn voorzichtig met de herinnering"

SPASMODIQUE was een stuk uit vier delen. Alleen de optelsom van de vier individuele bandleden vormde een IDENTITEIT. We wáren Spasmodique, voor iets anders was geen ruimte. Het was een bijna mathematisch systeem’’, analyseert Mark Ritsema in december 2000."

DE BREEKBARE ERFENIS VAN SPASMODIQUE

Het is acht jaar na het uiteenvallen van de Rotterdamse band Spasmodique. De groep die onafwendbaar wilde zijn is inmiddels vereerd met deze website. Initiatiefnemer en beheerder van de site, Jean-Paul van Mierlo vroeg zich af hoe het leven van de bandleden zich sinds het verscheiden van de groep verder heeft ontwikkeld. Wat doen die jongens nu? Hebben ze werk, vrouw, kinderen? Heeft hun leven na Spasmodique nog enige betekenis of zin gehad? Hij stuurde een verslaggever op pad naar Rotterdam...

Tekst: Koen van Wijk

Noord

Het Oude Noorden in Rotterdam. Een volksbuurt die niet ontkwam aan stadvernieuwende krachten en de verpaupering langzaam ontstegen is. Zelfs bijna een Quartier Latin van Rotterdam begint worden. Met naast overblijvers uit oer-Rotterdamse arbeidersgeslachten en veel allochtonen steeds meer kunstenaars en muzikanten als bewoners. Waaronder Mark Ritsema (1962) – voormalig zanger van SPASMODIQUE en Cobraz, nu actief met Mark Ritsema & Trio Raskolnikov: een jazz georiënteerd gezelschap dat inmiddels 1 CD op haar naam heeft staan genaamd Studio Gloria. De buurt schonk Mark ooit inspiratie voor het Spasmodique-album North. Al sinds 1988 woont Mark in het Zwaanshals, een broeierige straat, gebouwd als een steeg in het Oude Noorden.

Het Zwaanshals is altijd vol rumoer. Zeker het hoekje met de duistere Zaagmolenstraat. Hier woont Mark tweehoog boven het monumentale pand van café De Hollandiaan, samen met ondermeer een kat en honderden lp’s. In de Hollandiaan – het lijkt wel een Feijenoordmuseum – zullen ze Mark nooit aantreffen. ,,Een mooi pand met een verkeerde inhoud. Als ik uit wil gaan, ga ik UIT. Ik heb geen behoefte om bij de buren iets te gaan drinken. Ik ga naar de stad.’’ Een mooie uitgaansavond begint voor de rasmuzikant met een concert, nog altijd. Bandjes bekijken ervaart hij echter allang niet meer zoals op zijn achttiende. Want naast een muzikant met twintig jaar ervaring loert inmiddels ook de journalist in hem mee.

Hotel New York

Naast muzikant is Mark ook nog nachtportier bij Hotel New York en journalist dus. Hij werkt voornamelijk om zichzelf financieel in te dekken, want het artiestenbestaan is na al die jaren nog steeds niet erg lucratief. Het werken is wel ondergeschikt aan de muziek en mag de artiest in hem niets in de weg leggen. Daarom houdt hij die werkzaamheden binnen de perken. Een carrière op kantoor zou teveel energie kosten, maar twee nachten per week waken over hotel New York houden ruimte in zijn geest vrij. Het past zelfs lekker in het ritme van nachtdier Ritsema. Teveel journalistiek werk schuwt hij ook – je zit al snel teveel achter een computer, vindt Mark. ,,Ik schrijf als freelancer voor het Rotterdamse R’Uit Magazine en sporadisch voor Torch en Punt Uit Magazine. In R’Uit Magazine verzorg ik onder andere maandelijks de poppagina. Verder schrijf ik over kunst en cultuur in een bredere zin: theater, literatuur, kunst. Een liefhebber daarvan ben ik altijd geweest. In Spasmodique zat immers ook veel literatuur en theater.’’

Mens achter de artiest

In plaats van over ‘technische’ details te schrijven zoekt Mark liever naar de mens achter de artiest. ,,Over popmuziek schrijven vind ik trouwens lastiger dan over andere onderwerpen. Heel vervelend om andere muzikanten te moeten beoordelen. Het is te dichtbij, ik maak teveel deel uit van die wereld. Zo moest ik afgelopen zomer voor de festivalkrant van Lowlands, ’Daily Paradise’, elke dag achter artiesten aan voor alleen maar leuke quootjes. Achteraf schaam ik me dan wel eens over wat ik heb moeten publiceren. Bijvoorbeeld tegenover de gitarist van (het geweldige) At The Drive-In, die alle tijd nam voor een serieus gesprek. Bovendien besef ik op zo’n festival dat ik liever zelf op dat podium sta.’’ Liever schrijft Mark enthousiasmerend over de Rotterdamse (muziek)scene. ,,De podia stimuleren is toch een beetje het doel van die bladen. Graag draag ik hier mijn steentje bij aan. Beter dan me te verliezen in technische details die alleen artiesten willen lezen.’’

Mark Ritsema & Trio Raskolnikov

Iets waar Mark zich zeker niet in wil verliezen is het doen van artistieke concessies. ,,Als ik collega-muzikanten, in het zalencomplex van Hotel New York, covers hoor spelen tijdens een bralfeest van studenten…dan voel ik me heel rijk dat ik daar achter m’n balie mag zitten met een goed boek en mij nergens toe hoef te verlagen. Ik blijf muziek zien als een kunstvorm of expressiemiddel en dat weegt zwaarder dan het begrip broodwinning.’’ Naast de uiteenlopende muzikale projecten en gelegenheidsconcerten die hij de afgelopen jaren organiseerde, draait het muzikale leven van Mark nu vooral om zijn Trio Raskolnikov, een band waarmee Mark ondermeer de jazz opzoekt en (naar zijn zin nog te) sporadisch optreedt. ,,Een paar jaar geleden heb ik jazzmuziek ontdekt, met name avant-garde jazz uit de jaren zestig. Ik ben er helemaal ingedoken, met encyclopedieën erbij en zo...John Coltrane is één van mijn belangrijkste vondsten op dat gebied.’’ Op rockmuziek raakt hij stilaan uitgekeken. ,,Wat nu gemaakt wordt, gaat maar kort mee, bands worden te veel en te snel gehyped. Het is mij te gestileerd, maakt teveel deel uit van de beschaving. Ik mis de rauwheid waarmee dat laagje beschaving wordt ontmaskerd’’, mijmert Mark. Voor een man die op zijn twaalfde jaar al Captain Beefheart en Frank Zappa koesterde, is er met de huidige popmuziek vanzelfsprekend weinig te beleven: "Er zijn natuurlijk wel uitzonderingen, zoals At The Drive-In, Godspeed You Black Emperor en Low."

Belangrijk muzikaal station

Met die invloed van jazz kan hij tenminste nog jaren vooruit. Het is spannende muziek waarin ruimte zit voor improvisaties. Zo functioneert Trio Raskolnikov ook: een open systeem dat alle kanten op kan. De bandleden kunnen zijpaden inslaan, zich ontwikkelen. Die groep kan nog heel wat jaren en albums verder, denkt Mark. ,,Over de vorm werd aanvankelijk ook weinig nagedacht. De groep is bijna per toeval ontstaan, maar ik zie dit intussen als een heel belangrijk station op mijn muzikale weg.’’ Een weg waarlangs hij nog steeds groeit. Bij zijn trio wil hij consequent met eigen stem zingen. Dit kost meer moeite dan het opzetten van de brulboei waarmee hij met Spasmodique furore maakte. En als songschrijver voelt Mark zich rijper. ,,Een nummer als Burnt Out Moon had ik tien jaar geleden niet kunnen schrijven. Songs schrijven doe ik nu alleen. Bij Spasmodique componeerden we met zijn vieren, ik leverde toen alleen een schets. Nu durf ik me echt songschrijver te noemen.’’

Hermetisch gesloten

Zo open als Mark met Trio Raskolnikov te werk gaat, zo gesloten was het karakter van Spasmodique. ,,Spasmodique begon als U2 en de Beatles. Het waren Vier jongens en een oude schuit. Totdat de eerste Yoko Ono’s kwamen, rond onze dertigste.’’ Vrouwen en de uiteenlopende persoonlijke ontwikkeling van de bandleden sloopten het aanvankelijk hermetisch gesloten, bijna mathematische systeem van de groep. ,,We wáren Spasmodique, het was een manier van leven. De band vormde, zeker bij Reinier en mij, voor een belangrijk deel onze identiteit. Als we de stad in gingen en een kroeg binnen stapten, stapte Spasmodique binnen.’’ Door hun gesloten karakter en het feit dat ze destijds als enige Rotterdamse undergroundband platen maakten, moet hun ‘air’ voor veel mensen onuitstaanbaar zijn geweest, beseft hij. Over het functioneren in de groep: ,,Als eenling was je niets, maar gezamenlijk waren we 1 individu.’’ Het klinkt als een energieverslindende leefwijze, maar was dat niet per definitie. Mark legt uit: ,,De band gaf ook ontzettend veel energie. De andere drie bandleden zaten in mij - hun energie kreeg ik ook. We voelden elkaar feilloos aan.’’ Het veeleisende, naar binnen gekeerde karakter van de groep bood weinig ruimte voor de persoonlijke en muzikale ontwikkeling van de afzonderlijke bandleden. Zoals de groep muzikaal onafwendbaar wilde zijn volgens Mark, zo was ook het uiteenvallen onafwendbaar. ,,Arjo was de eerste die ons heeft ‘verlaten’. Zo voelde dat toen. Hij stapte eruit in 1990, het lukte hem niet meer zich totaal te geven aan de band, denk ik. De rest was toen nog lang niet toe aan het zetten van die stap.’’ Terugblikkend durft Mark nu vast te stellen zelf gestopt te zijn voordat het een ‘pose’ werd.

Doorstart

De muzikale chemie van weleer is er nog steeds, merkte Mark tijdens de meest recente doorstart-repetities met Spasmodique in ’98. ,,We hebben al tijden plannen voor een nieuw album, werken er af en toe aan. Er ligt al het een en ander op de plank wat nog afgemixed moet worden in de (digitale) studio van Reinier. Maar het valt niet mee om genoeg tijd vrij te maken en iedereen bij elkaar te krijgen. We stellen maar uit en stellen maar uit… we moeten gewoon een keer doorduwen en die plaat afronden. Het gaat echt wel gebeuren hoor’’, zegt hij enigszins verontschuldigend. Een toertje door het land had allang gerealiseerd kunnen zijn, vertelt hij. Maar de band is kritisch, waakt voor het reünie-effect (,,Die Sex Pistols reünie: zielig!!") en wil eerst nieuw materiaal ontwikkelen om te spelen. Bassist Martin doet inmiddels niet meer mee, Reinier en Arjo wel. ,,Ze zullen het optreden ontzettend gemist hebben, denk ik.’’ Met de erfenis van Spasmodique wordt behoedzaam omgesprongen. Uit artistiek eergevoel, maar ook uit respect voor de fans. Mark: ,,Door de website ontdek je wat Spasmodique betekent en betekend heeft voor veel mensen. Dat is ongelofelijk…e-mailtjes uit Duitsland en Oostenrijk. We beseffen dat we voorzichtig moeten zijn deze ‘mythe’.’’